Aanpassing eisen aan het premiebeleid van ...
... van pensioenfondsen bij dekkingstekort.
Op 1 november jl. heeft De Nederlandsche Bank (DNB) de pensioenfondsen per brief geïnformeerd over een aanpassing van de eisen aan de premiestelling in geval van een dekkingstekort. DNB heeft na overleg met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid besloten pensioenfondsen de mogelijkheid te bieden om voor de premiestelling voor het jaar 2011 af te wijken van de eis dat de premie tijdens een dekkingstekort moet bijdragen aan herstel.
Verzekeren bij UWV of toch eigenrisicodragen?
Als u het WGA-risico van uw bedrijf bij UWV heeft verzekerd, dan betaalt u in 2011 een gedifferentieerde premie. Deze premie is gemiddeld 0,62 procent. Dit maakte UWV op 1 september 2010 bekend. Maar u kunt het WGA-risico ook voor eigen rekening nemen.
Het gemiddelde premiepercentage bij UWV is vrijwel gelijk aan dat van vorig jaar. De hoogte van uw daadwerkelijke premie kan daarvan afwijken en is vooral afhankelijk van de WGA van 2009.
Eigenrisicodragen
U kunt er ook voor kiezen het WGA-risico voor eigen rekening te nemen. U betaalt dan de uitkering zelf of u verzekert het risico bij een particuliere verzekeraar. Als u dit doet, dan bent u eigenrisicodrager en betaalt u geen gedifferentieerde WGA-premie. U vindt bij Schneider Benefits Management onder andere antwoord op de volgende vragen:
- Waar moet ik op letten bij mijn keuze voor eigenrisicodragen?
- Wat verandert er in mijn premielasten?
- Hoeveel betaal ik precies als een werknemer een uitkering krijgt?
- Kan ik gebruikmaken van speciale voorzieningen voor werknemers met een ziekte of handicap?
Vanaf wanneer eigenriscodragen?
U kunt jaarlijks per 1 januari of per 1 juli eigenrisicodrager worden. Meld dit dan uiterlijk 3 maanden van tevoren (dus vóór 1 april of 1 oktober) bij de Belastingdienst.
Fondsvermogen beleggingsfondsen NL gestegen.
Het fondsvermogen van de Nederlandse beleggingsfondsen is in het derde kwartaal van 2010 met 2% gestegen ten opzichte van het tweede kwartaal van dit jaar, zo blijkt uit cijfers van de Nederlandsche Bank. De stijging is vooral het gevolg van herwaarderingen op de beleggingsportefeuille, in het bijzonder op de beleggingen in aandelen. In het voorgaande kwartaal was het fondsvermogen nog met ruim 4% gedaald. Aan het einde van het derde kwartaal bedroeg het fondsvermogen EUR 434 miljard.
Het positieve resultaat op de beleggingsportefeuille (EUR 8,5 miljard) werd voornamelijk veroorzaakt door een winst van 3,8% op de beleggingen in aandelen. De aandelenkoersen herstelden zich in het derde kwartaal. Zo steeg de MSCI World Index met 8,8% in deze periode. De depreciatie van de Amerikaanse dollar vis-à-vis de euro van 11% had echter een drukkend effect op het aandelenrendement van de fondsen. Doordat sommige fondsen het valutarisico hadden afgedekt, boekten zij wel een winst op hun valutatermijncontracten. Op de beleggingen in obligaties werd een verlies geleden van 0,6%. Dit werd veroorzaakt door een koersverlies op bedrijfsobligaties van 2,3%. Op staatspapier werd daarentegen nog een positief rendement behaald van circa 1,4%, mede als gevolg van de verder gedaalde rente op staatsobligaties.
Beleggers legden per saldo EUR 0,6 miljard in bij de beleggingsfondsen. Zowel aandelenfondsen (EUR -0,6 miljard) als obligatiefondsen (EUR -0,4 miljard) registreerden een netto-uitstroom. De categorie overige fondsen noteerde echter een netto-instroom van EUR 1,6 miljard. Dit hing voor het merendeel samen met een herschikking van de beleggingsportefeuilles door institutionele beleggers. Zij hebben net als in het eerste en tweede kwartaal van dit jaar naar verhouding meer in alternatieve fondsen (zoals grondstoffen en private equity) ingelegd.
Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met Tobias Oudejans (tel. 020-524 3100, 06-524 96 961) en Herman Lutke Schipholt (020-524 2712, 06-524 96 900).
Dga failliet na verkoop bedrijf
De DGA moet voor zichzelf duidelijk hebben geformuleerd waarom hij wil gaan verkopen. Leeftijd alleen is geen reden. Omdat de buurman een hoge prijs biedt al helemaal niet. De onderneming is een middel om je doelen te bereiken. Niet meer en niet minder. Wanneer u actief bent in de onderneming levert de onderneming plezier in het werk en financiële middelen om te bestaan. Nadat de onderneming verkocht is, moet de opbrengst van de verkoop bijdragen aan het leven na de onderneming. Dat kan zijn: rentenieren, pensioen of investeren in een nieuwe uitdaging.
Helaas leidt de verkoop van een MKB-onderneming meestal niet tot het rentenieren op de Bahama’s. U bent dus vaak gedwongen een ander doel te kiezen. Dat doel kost geld. De DGA moet dan vooraf weten wat hij nodig heeft om zijn doel te bereiken. Daarbij moet hij rekening houden met de fiscus. Het is daarom belangrijk om vooraf de juiste fiscale- en juridische structuur van de verkoop te bepalen. Dat in het achterhoofd houdend, kan de DGA berekenen wat de onderneming minimaal moet opleveren.
Onder die prijs kan hij niet verkopen zonder concessies te doen aan zijn doelstelling. Deze kennis geeft hem ook een goede onderhandelingspositie. Indien blijkt uit een waardering dat de benodigde koopsom niet reëel is, heeft de DGA twee mogelijkheden:
a) de verkoop uitstellen en waarde toevoegen aan de onderneming, of
b) concessies doen aan zijn doelstellingen na de verkoop.
Het eerste heeft tijd nodig, het tweede is jammer.
Het komt helaas nog te vaak voor dat spontaan ondernemingen voor, ogenschijnlijk, mooie bedragen worden verkocht, maar dat de DGA, nadat de fiscus langs is geweest en de banken zijn afgelost, wordt geconfronteerd met een restschuld in plaats van een strandstoel. Voordat de DGA begint met de verkoop van zijn onderneming is een gesprek met de fiscalist en een vermogensplanner geen luxe, maar absolute noodzaak.
Niet alleen financiële doelen zijn belangrijk maar ook emotionele doelen. Wil de DGA nog actief blijven binnen de onderneming, dan is continuïteit van de onderneming en de handelsnaam belangrijk, en welke financiële risico’s de DGA nog durft te dragen na de verkoop. De financiële doelen hebben invloed op het onderhandelingsresultaat, de emotionele doelen bepalen het type koper.
Nu we weten wat de onderneming minimaal moet opleveren, en aan wie de onderneming op welke manier moet worden verkocht, is het verkooptraject alweer een stuk eenvoudiger geworden.
Rechten en plichten goed werkgever
U kunt als werkgever te maken krijgen met re-integratie. Dat kan omdat een werknemer van u (langdurig) ziek is geworden, of omdat u een arbeidsgehandicapte of een werkloze in dienst wil nemen. Want re-integreren betekent letterlijk niets anders dan weer laten functioneren. Een korte uitleg.
Laten we beginnen met een eenvoudig voorbeeld: Kookles als re-integratie. Op 14 oktober j.l. maakt Vluchtelingenwerk Noord-West Holland namens de gemeente Schagen bekend dat men 22 mensen een kookproject aanbiedt. In het re-integratietraject (bedoeld voor vluchtelingen- en bijstandsvrouwen) is het de bedoeling dat taalkennis wordt aangevuld en informatie over de Schagense samenleving wordt gegeven. De lessen vinden eens per 2 weken plaats en het doel is om de vrouwen te laten re-integreren in de samenleving. Het project kost € 797, - per persoon, wat door de gemeente wordt betaald.
Definitie
Zo breed kan re-integratie dus zijn. Re-integreren betekent letterlijk 'weer laten functioneren'. Meestal wordt er gedoeld op 're-integreren op de arbeidsmarkt', wat betekent dat iemand opnieuw op zoek gaat naar werk. Ook na een ziekmelding spreekt men bij terugkeer op de eigen werkplek van re-integratie (uit: Wikipedia).
Twee vormen van re-integratie voor werkgever
U kunt als werkgever dus, grofweg, op twee manieren met re-integratie te maken krijgen. De eerste manier is als een van uw werknemers langdurig ziek is en dat daar een oplossing voor gevonden moet worden.
Zo iemand kan soms weer terugkeren op dezelfde werkplek en in dezelfde functie als voorheen. Maar het kan ook zo zijn dat degene zijn oude functie niet meer kan uitoefenen en dus op een andere plek binnen het bedrijf, of soms zelfs in een ander bedrijf geplaatst moet worden. Dat valt allemaal onder re-integreren.
Het tweede voorbeeld van re-integreren waar u als werkgever mee te maken kan krijgen is als u iemand in dienst wil nemen die langdurig werkloos of gedeeltelijk arbeidsongeschikt is. Voordeel hiervan kan zijn dat u als werkgever in sommige gevallen subsidie kan krijgen voor het aannemen van een (gedeeltelijk) arbeidsongeschikte of werkloze.
Re-integratie van uw zieke werknemer
Als u een zieke werknemer heeft, bent u als werkgever samen met uw zieke werknemer verantwoordelijk voor een snelle terugkeer naar werk. Het is namelijk niet de bedoeling dat uw werknemer arbeidsongeschikt wordt en in de WIA terecht komt. Maar het begint al bij de eerste ziektemelding.
Regels en plichten voor de werkgever
Zo moet u een zieke werknemer namelijk binnen een week ziekmelden bij de bedrijfsarts of de arbodienst. Als uw werknemer na zes weken nog ziek is maakt de arbodienst een analyse van het probleem. In deze analyse moet in ieder geval staan waarom uw werknemer niet kan werken, wat de eventuele mogelijkheden zijn in de nabije toekomst en wanneer hij eventueel weer aan de slag kan. In die analyse moet ook staan wat uw werknemer nog wel kan.
Plan van aanpak
Het is dan de bedoeling dat u samen met uw werknemer een Plan van Aanpak maakt. Doel daarvan is uiteraard dat u samen met uw werknemer bekijkt hoe hij zo snel mogelijk weer aan het werk kan. Als u zelf geen tijd heeft moet u een zogenoemde casemanager aanstellen. De casemanager moet alle gemaakte afspraken controleren en zorgen dat die worden nageleefd. Daarvoor moet u (of uw casemanager) een re-integratiedossier aanleggen. Hierin worden alle afspraken en activiteiten die u en de werknemer ondernemen vastgelegd. U kunt UWV of uw arbodienst naar het Plan van Aanpak laten kijken.
U moet uw zieke werknemer melden bij UWV
Dit re-integratiedossier is vooral belangrijk voor als de werknemer in de toekomst een WIA-uitkering (Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen) moet aanvragen. UWV beoordeelt namelijk deze aanvraag en kijkt of u en uw medewerker genoeg hebben gedaan aan de re-integratie. Als uw werknemer langer ziek is, moet u dit ook melden bij UWV, die melding moet uiterlijk in de dertiende ziekteweek van uw zieke werknemer plaatsvinden. Probeer ook tijdens de re-integratie regelmatig contact met uw zieke werknemer te houden. U bent in ieder geval verplicht om dat minimaal eens in de 6 weken te doen.
U moet passend werk vinden voor uw zieke werknemer
Als uw werknemer anderhalf jaar ziek is, dan krijgt hij een WIA-aanvraag thuisgestuurd. U bekijkt dan samen met uw werknemer of hij een WIA-uitkering gaat aanvragen. Vergist u zich niet: u bent als werkgever verplicht uw zieke werknemer terug te begeleiden naar het eigen werk. En als dat niet mogelijk is, moet er passend werk gevonden worden. Passend werk kan binnen uw bedrijf zijn, maar ook in een ander bedrijf. Het kan dan ook soms heel verstandig zijn om samen te werken met andere MKB-bedrijven voor de re-integratie van uw zieke werknemer bij een andere werkgever.
U moet 2 jaar loon doorbetalen
In eerste twee jaar van de ziekte van uw werknemer bent u verplicht het loon door te betalen.
Dat kan soms een hele aanslag zijn op uw kosten. Daarom kunt u soms een beroep doen op verschillende re-integratie-instrumenten. Dat wil zeggen dat het - zoals dat zo mooi heet - soms mogelijk is om uw financiële risico’s te beperken. U kunt bij UWV informeren van welke subsidies en voorzieningen u eventueel gebruik kunt maken.
Wie doet wat?
Er zijn verschillende partijen die u kunnen helpen bij re-integratie. Zo kan UWV helpen, de gemeente, een re-integratiebedrijf maar ook particuliere verzekeraars. Vaak schakelen UWV en gemeenten ook een particulier re-integratiebedrijf in om mensen weer aan het werk te krijgen. Voor de re-integratie van u als werkgever zelf zullen de meeste verzekeraars, bij wie u een arbeidsongeschiktheidsverzekering afsluit, u helpen bij het re-integreren. Maar dat is weer en ander verhaal waarover wij u graag willen informeren.
Verzekeringen mkb veel te duur
Sinds de introductie van het nieuwe zorgstelsel in 2006 zijn de kosten voor de basisverzekering gemiddeld met 41% gestegen, maar vooral dit jaar stijgen de kosten flink. Want het kan u bijna niet zijn ontgaan: de nieuwe premies van de zorgverzekering zijn bekend. Hoog tijd om eens goed te vergelijken of u (en uw personeel) bij de goede verzekeraar zit en of er geen korting mogelijk is. Ook juist als ondernemer.
Goedkoopste en duurste
Vergelijkingssites hebben berekend dat het verschil tussen de goedkoopste en de duurste basispremie voor de zorgverzekering ruim 275 euro op jaarbasis bedraagt. Dat verschil was - sinds de invoering van het nieuwe zorgstelsel in 2006 - nog nooit zo groot. De gemiddelde basispremie is volgend jaar 105 euro per maand (1260 euro per jaar), een stijging van bijna tien procent ten opzichte van dit jaar. De verschillende zorgverzekeringen kunt u vinden en vergelijken op vergelijksites als Independer.nl, ZorgKiezer.nl en verzekeringssite.nl.
Ook aanvullende premies worden fors duurder
Maar we hebben het hier alleen over de basispremies. Want ook de aanvullende verzekeringen stijgen fors. Dat kan zelfs met zo’n 12% stijgen voor de meest uitgebreide zorgpakketten, tot soms meer dan 100% voor de jongerenpakketten. Dit laatste komt doordat de tandartskosten voor jongeren tot 22 jaar niet meer via de basisverzekering worden vergoed.
Nederlanders betalen te veel voor hun zorgverzekering
Wisselde vorig jaar slechts 4% van de verzekerden van zorgverzekeraar, op dit moment geeft 7,9% aan over te willen stappen. Ruim drie op de tien Nederlanders (ongeveer 5 miljoen mensen) geeft aan dit serieus te overwegen. Dit blijkt uit onderzoek van de vergelijkingssite ZorgKiezer.nl. Want veel Nederlanders betalen nog (te)veel voor hun zorgverzekering. Dat komt bijvoorbeeld ook omdat een kwart nog geen gebruik van een collectieve korting (gemiddeld 6,4%) via u als werkgever, via een vereniging of een open collectief. Deze korting kan oplopen tot maximaal 10% ofwel 126 euro.
Stijging van 41 % in 5 jaar
Sinds de introductie van het nieuwe zorgstelsel in 2006 zijn de kosten voor de kale basisverzekering gemiddeld met 41% gestegen. Van die 41% steeg de basispremie zelf ‘slechts’ met 18%, en komt de overige 23% voor rekening van de overschakeling in 2008 van de no claimkorting naar het verplichte eigen risico. Maar u moet het er mee doen.
Zorgverzekering is verplichte ziektekostenverzekering
Want hoe was het ook alweer? De zorgverzekering is een verplichte ziektekostenverzekering. Het is een verzekering die de kosten van medische behandeling, het gebruik van hulpmiddelen of andere voorzieningen op grond van een medische noodzaak vergoedt. Net als iedereen betaalt u als ondernemer voor uw ziektekostenverzekering een premie voor een basispakket. Als ondernemer heeft u daarbij echter wel te maken met extra voorwaarden. U betaalt namelijk een zogeheten inkomensafhankelijke bijdrage.
Inkomensafhankelijke bijdrage voor ondernemer ook hoger
Deze inkomensafhankelijke bijdrage wordt in 2011 voor ondernemers verhoogd naar 5,65% (was 4,95%). Voor werknemers gaat de inkomensafhankelijke bijdrage omhoog van 7,05% naar 7,75%. Ondernemers betalen een lagere inkomensafhankelijke bijdrage dan werknemers, omdat werknemers deze bijdrage als loon verplicht vergoed krijgen van hun werkgever (Bron: PZO).
Minder betalen door collectief contract via u als werkgever
Maar er is ook goed nieuws: iedereen kan korting krijgen op de premie als er sprake is van een collectief contract. Een collectief contract is een verzekeringsovereenkomst die geldt voor een specifieke groep (bijvoorbeeld werknemers van een bedrijf, of leden van een organisatie). De overeenkomst wordt afgesloten tussen een zorgverzekeraar en een (rechts)persoon die optreedt uit naam van die groep. Vanwege de kostenvoordelen die een groepsgewijze verzekering kan hebben, mag de verzekeraar de deelnemers een korting op de premie aanbieden. Deze korting mag echter niet meer dan 10% zijn van een vergelijkbare individuele polis (Bron: verzekeringssite.nl).
Collectieve premiekortingen voor ZZP
Collectieve kortingen van zorgverzekeraars gelden ook voor de zelfstandig ondernemer in een eenmanszaak of voor een ZZP'er die zijn partner (privé) heeft meeverzekerd. Dat kan op verschillende manieren. U kunt zelf een contract afsluiten met een verzekeraar of een verzekering afsluiten via een brancheorganisatie. De korting die zorgverzekeraars bieden is dus niet meer dan 10% van de nominale premie (basisverzekering). Daarnaast kunnen er ook nog kortingen worden afgegeven op de eventuele aanvullende verzekeringen.
U bent al een collectief als u een partner heeft
U bent al een collectief als uw bedrijf uit minstens twee mensen bestaat en als u bent ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Dus ook als u ZZP’er bent en een partner heeft, kunt u zich zo verzekeren. Maar u kunt zich ook collectief verzekeren via een ouderenbond een patiëntenvereniging of een open collectief zoals UnitedConsumers.nl of een vergelijkingssite zoals www.zorgverzekering-zorgpremie.nl.
Eigen risico verhogen om minder te betalen
Maar er zijn meer mogelijkheden om minder te betalen voor uw zorgverzekering. Zo kunt u uw eigen risico verhogen. Als u dat doet betaalt u vanzelf minder premie. Het eigen risico wil zeggen dat bepaalde ziektekosten eerst voor rekening van de verzekerde komen. Pas als het eigen risico is betaald, vergoedt de verzekeraar de zorgkosten. Voor 2011 is het minimale eigen risico vastgesteld op 170 euro. Wie wil, kan het eigen risico (in stappen van 100 euro) verhogen tot maximaal 670 euro. Dat levert een lagere zorgpremie op. Daar staat tegenover dat meer ziektekosten uit eigen zak betaald moeten worden.
Is uw tandartsverzekering wel nodig?
Maar u kunt bijvoorbeeld ook eens goed kijken naar uw tandartsverzekering. Zo kost een gemiddelde tandartsverzekering meer dan twee controles en het laten vullen van één gaatje. En als u echt hoge kosten bij de tandarts maakt, worden die vaak niet gedekt.
Eigen risico gespreid betalen
Nog een mogelijkheid is om uw eigen risico gespreid te betalen. Dat is nieuw. Verzekerden bij verzekeraar De Friesland bijvoorbeeld, kunnen het eigen risico gespreid betalen. Klanten kunnen dan kiezen uit 2 mogelijkheden: vooraf of achteraf betalen. Wie kiest voor het vooraf betalen van het eigen risico, maakt via een automatische incasso 10 keer 17 euro over naar de zorgverzekeraar. Aan het einde van het verzekeringsjaar wordt bekeken of het eigen risico is benut. Als dat niet het geval is, betaalt De Friesland in mei 2012 het verschil aan de verzekerde uit. Bij achteraf gespreid betalen, volgt een automatische incasso van maximaal 42,50 euro. De verzekerde die het eigen risico volledig heeft gebruikt, betaalt 4 keer 42,50 euro.
Tandartskosten verdelen tussen verzekerde partners
Een andere mogelijkheid biedt verzekeraar Zorg & Zekerheid. Deze verzekeraar biedt de mogelijkheid om tandartskosten te verdelen tussen verzekerde partners. Beide partners moeten dan wel een aanvullende zorgverzekering hebben afgesloten bij de zorgverzekeraar. Als de ene partner een rekening van de tandarts heeft ontvangen die meer bedraagt dan de maximale vergoeding, kan een beroep worden gedaan op de verzekering van de ander. Zorg & Zekerheid vraagt hiervoor wel een extra premie voor de zorgverzekering.
U bent misschien wel oververzekerd
Met deze twee laatste voorbeelden wordt duidelijk dat verzekeraars nieuwe mogelijkheden zoeken om klanten te trekken. En daarmee zouden ze wel eens in kunnen spelen op de aankomende tijd. Want uit recent onderzoek van TNS NIPO in opdracht van Independer blijkt dat veel mensen een zorgverzekering hebben die niet aansluit bij hun huidige zorgbehoefte. Volgens Independer zijn de meeste mensen zelfs oververzekerd. Die zijn dus verzekerd voor zorg waar ze vrijwel zeker geen gebruik van maken.
Een juiste ziektekostenverzekering kan uw verzuimkosten beperken
En vergist u zich niet: U kunt als werkgever ook invloed hebben op de zorgverzekering van uw medewerkers. Door bijvoorbeeld een gunstige collectieve verzekering af te sluiten. Want de ziektekostenverzekering van uw medewerker kunnen van invloed zijn op uw verzuimkosten (Bron: De Amersfoortse). Want sommige medewerkers zien af van een behandeling als deze niet wordt vergoed. Uw medewerker kan daardoor langer ziek blijven. Het gevolg is dat uw verzuimkosten stijgen. U kunt uw huidige verzekering opzeggen tot 1 januari 2011, een nieuwe kunt u nog afsluiten tot 1 februari 2011.
Nieuwe afspraken over pensioen nodig voor ...
... houdbaar stelsel.
'Er moeten nieuwe afspraken over pensioenen gemaakt worden om het systeem betaalbaar te houden,' dit stelde Joanne Kellermann, directielid van De Nederlandsche Bank in een uitzending van KRO Reporter van 27 november 2010.
De uitzending stond in het teken van de financiële problemen bij pensioenfondsen. Kellermann riep de sociale partners op een eerlijk pensioenakkoord te sluiten. De verwachtingskloof rond pensioenen moet worden gedicht. Duidelijkheid is nodig over wat betaald moet worden en wat er daadwerkelijk aan pensioen wordt uitgekeerd.
Belangrijkste wettelijke regelingen personeel
Als een medewerker zich ziek meldt, heeft u als werkgever een aantal verplichtingen. Zo moet u loon doorbetalen en moet u de re-integratie van uw werknemer bevorderen. Hiermee wordt natuurlijk re-integratie op de arbeidsmarkt bedoeld. Simpel gezegd: u moet hem helpen zo snel mogelijk weer aan het werk te gaan.
Re-integratie bevorderen
Volgens het Burgerlijk Wetboek moeten werkgevers drie stappen nemen om de werknemer te helpen re-integreren: De werkgever moet samen met de werknemer een plan van aanpak voor re-integratie opstellen; U moet de werknemer in staat stellen zijn eigen werk weer op te pakken, of ander passend werk bij uw bedrijf; Als dit niet kan, bevordert u zijn inschakeling in passende arbeid bij een andere werkgever. In dat geval blijft zijn arbeidsovereenkomst van kracht, maar werkt hij bij een andere werkgever.
Loondoorbetaling bij ziekte
Het Burgerlijk Wetboek verplicht de werkgever ook om de werknemer 104 weken (2 jaar) lang minimaal 70 procent van het loon door te betalen als de werknemer ziek is. Tijdens het eerste jaar van de ziekte mag het uitbetaalde loon ook niet lager zijn dan het wettelijke minimumloon.
Ziektewet
Ongetwijfeld kent u de uitdrukking: ‘Ik loop in de ziektewet’. Als u dit hoort, is het meestal niet juist. Werknemers zeggen dit namelijk als ze wegens ziekte niet aan het werk zijn. In de meeste gevallen vallen ze dan echter niet onder de ziektewet, maar onder de loondoorbetalingsplicht.
De Ziektewet, een wet uit 1913, is er alleen voor de gevallen waarin de loondoorbetalingsplicht niet van toepassing is. De Ziektewet wordt toegepast bij onder meer oproepkrachten, uitzendkrachten en mensen waarvan het contract tijdens de ziekte afloopt.
WIA
Na twee jaar ziekte vervallen de loondoorbetalingsplicht en de ziektewet. De zieke werknemer komt nu in de WIA. Deze Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen is de opvolger van de WAO. De WIA is per 29 december 2005 in werking getreden en geldt voor iedereen die na 1 januari 2004 arbeidsongeschikt is geworden. Voor arbeidsongeschikten van voor 2004 blijft de WAO gelden. De WIA werd ingevoerd om de grote toestroom tot de WAO in te dammen.
3 klassen
De WIA kent drie arbeidsongeschiktheidsklassen. In welke klasse een zieke werknemer wordt ingedeeld, wordt bepaald door een keuringsarts van het UWV.
Als een werknemer minder dan 35 procent arbeidsongeschikt is, blijft hij in dienst van de werkgever en krijgt hij geen uitkering. Hij wordt wel aangemerkt als arbeidsgehandicapte en heeft als zodanig recht op subsidies en ondersteuning om aan het werk te gaan of te blijven.
Werknemers die tenminste 80 procent arbeidsongeschikt zijn, en waarvan de keuringsarts bovendien heeft vastgesteld dat ze duurzaam arbeidsongeschikt zijn (oftewel: de kans op herstel is afwezig of gering), krijgen een uitkering in het kader van de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA). Deze uitkering is 75 procent van het laatst verdiende loon.
Werknemers die tussen de 35 en 80 procent arbeidsongeschikt zijn, en werknemers die meer dan 80 procent arbeidsongeschikt zijn, maar die nog wel een kans op herstel hebben (die dus niet ‘duurzaam arbeidsongeschikt’ zijn), komen in de WGA, de Werkhervattingsregeling Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten. De WGA kent drie soorten uitkeringen: de loongerelateerde uitkering, de loonaanvullingsuitkering en de vervolguitkering. De hoogte van deze uitkeringen loopt uiteen van 70 procent van het laatst verdiende loon over het percentage dat iemand arbeidsongeschikt is, tot 70 procent van het minimumloon over het percentage dat iemand arbeidsongeschikt is.
WIA succesvol
Het belangrijkste doel van de overheid bij de invoering van de WIA was het terugdringen van het aantal mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering. En dat blijkt te lukken. Al moet daar bij gezegd worden dat de invoering van de Wet Verbetering Poortwachter (april 2002) al eerder voor een daling had gezorgd.
Waren er begin 2003 nog bijna een miljoen arbeidsongeschikten, bij de invoering van de WIA (eind 2005) was dit gedaald tot onder de 900.000. Eind april 2010 waren er volgens het CBS nog 828.000 arbeidsongeschikten. Een dalende trend dus, maar tegelijkertijd blijft Nederland een forse arbeidsongeschiktheid kennen.
Gemiddelde afwezigheid
Veel ondernemers vragen het zich af of het ziekteverzuim in hun bedrijf hoger of lager is dan het gemiddelde. Uit gegevens van het CBS blijkt dat het ziekteverzuim in het bedrijfsleven gemiddeld tussen de 4 en 5 procent ligt. Dit percentage is bovendien al jaren stabiel en schommelt met de seizoenen. In het derde kwartaal (de zomer) ligt het verzuim het laagst, namelijk op rond of iets onder de 4 procent. In het eerste kwartaal (de winter) is het ziekteverzuim doorgaans het hoogst, namelijk tegen de 5 procent gemiddeld over het hele bedrijfsleven.